• Cover Zeeen van Zijn

    Uitgebreide en vernieuwde 2e editie

Een muur met 12 seks-opblaaspoppen

Dat is toch geen kunst?

Hoe vaak wordt deze vraag niet gesteld, hardop of zonder spreken, door bezoekers aan kunstbeurzen en galeries? Heel erg vaak! De kunsthandel presenteert bij diverse gelegenheden, gerenommeerde kunstbeurzen inbegrepen, objecten en installaties die zo uit het dagelijkse leven weggerukt lijken te zijn. Op een bijzondere manier in compositie gebracht en vaak ook in, van de dagdagelijkse praktijk afwijkende uitmonstering. Van een muur met 12 seks-opblaas-poppen, een blauw gespoten huishoudtrap met een rood emmertje eraan tot een stapel afval van een elektricien, die elektriciteitsdraden heeft getrokken en stopcontacten en verlichting heeft aangelegd. Al deze voorwerpen, op de gegeven wijze uitgestald, bij elkaar geveegd, op een hoop gegooid, in de gegeven schijnbaar serieuze omgeving, dragen het label ‘kunstobject’. Voor de ‘gewone, in kunst geïnteresseerde kijker’ is het in vrijwel alle gevallen volkomen onbegrijpelijk waarom deze objecten en installaties het label kunst opgeplakt hebben gekregen. En vooral door wie. En wie zich de status wil en kan aanmeten om te bepalen dat dergelijke voorwerpen, zo gedrapeerd, kunst zijn. De kunstwereld in het algemeen lijkt graag voorbij te gaan aan deze steeds groter wordende kloof tussen de beleving van ‘gewone’ mensen en de zichzelf lauwerende ‘bijzondere’ mensen, de kenners. De kenners die de houvast van hun vak beleving en dus hun status hebben gezocht en gevonden in het principe dat kunst vernieuwend dient te zijn, doorbrekend dient te zijn, ja zelfs bij voorkeur banaal dient te zijn. Met uitzondering van het begrip banaal, dat slaat echt nergens op, is er wel wat te zeggen voor die insteek van vernieuwing en verrassing. Kunst immers die uitsluitend laat zien wat iedereen zelf al ziet of beleeft, kan slechts geoormerkt worden als edel handwerk, of vakmanschap. Van kunst mag meer verwacht worden! De vraag is echter zeer of de uitdrukking van dat ‘meer’ in de vorm gezocht dient te worden. Naar mijn inzicht doet een dergelijke benadering (een onorthodoxe compositie of een banale weergave)  op geen enkele manier recht aan het begrip kunst en desavoueert vele van de grote kunstenaars die volkomen terecht als grote meesters te boek staan. Velen van hen zochten immers de verrassing helemaal niet in de vorm, de compositie, de kleuren. Velen van hen zochten de verrassing veel meer, daar waar deze emotie ook echt waarde sorteert, in de beleving van het werk als geheel. In de energetische communicatie tussen de drijfveren van de kunstenaar en de waarden van de kijker. Het is voor alles de combinatie van spirituele energie, creativiteit en vakmanschap die het oormerk kunst mogelijk maakt. Laten we de muur met de seks-opblaas-poppen als voorbeeld nemen. Een veel-schrijvende Nederlandse kunstcriticus waardeerde het object als ‘magistrale kunst door super banaliteit’. Een gedissocieerde, even oprechte als eenvoudige vak analyse maakt duidelijk dat dit object ook geheel anders benaderd kan worden. Van spiritualiteit is hier immers zeker geen sprake, wel van perversiteit. Net zo min als er sprake is van creativiteit en vakmanschap. Men zou kunnen zeggen dat het toch ‘een leuk idee’ is. Da’s waar, en dan kan men ook de klemtoon in de titel van deze paragraaf zo leggen dat de uitdrukking ‘dat is toch geen kunst’ geheel tot haar recht komt. Nee, een muur met 12 seks-opblaas-poppen is vast geen kunst. De gewone, oprecht in kunst geïnteresseerde kijker zal terecht tegen de maker van het object zeggen ‘ga jij voortaan maar gewoon doen, dan doe je vast al gek genoeg’.

 

Hoe simpel kan kunst zijn

Een schilder of beeldhouwer die verbeeldt wat de kijker zelf al aan de binnenkant van zijn of haar voorhoofd ziet en dat graag meer of minder creatief tot uitdrukking gebracht ziet, is veelal geen kunstenaar, wel een ambachtsman. In het beste geval een goede schilder of een goede beeldhouwer. Een kunstenaar houdt zich niet of nauwelijks bezig met de kijker. Het is zijn of haar innerlijk die hem of haar intens bezig houdt. De innerlijke stem die in meer of minder concrete duidingen, richting tracht te geven aan het proces van de verbeelding. De innerlijke energie die naar buiten gebracht wordt  in vormgeving, onderwerpen en kleuren. Het was de grote meester Leonardo da Vinci die zei: ‘er zijn drie soorten mensen, zij die zien, zij die zien wat  ze getoond wordt en zij die niet zien’. Het was de grote meester Paul Gauguin die zei: ‘kunst vereist filosofie, zoals filosofie kunst vereist. Wat zou er anders van schoonheid terecht komen?’ En het was de bijzonder grote meester Vincent van Gogh  die zei: ‘als je een stem van binnen hoort  die zegt dat je niet kan schilderen, ga dan schilderen met alles wat er in je is, en die stem zal zwijgen’. En ook: ‘ik stop mijn hart en ziel in mijn werk en al doende verlies ik mijn verstand’. Vooral in die laatste uitspraak zit wijsheid die aan het merendeel van de hedendaagse kunstuitingen voorbij gaat. Kunst komt dus niet uit het verstand en wordt dus ook niet uitgedrukt in materiële gedragsvormen. Kunst komt uit het hart, uit de ziel en vertegenwoordigt de ziel en de zaligheid van de kunstenaar. Er zijn drie kernfactoren die die ziel en zaligheid herkenbaar maken voor de leek. Ten eerste: Inspiratie, zonder spirituele (ziele-)kracht verliest een kunstwerk razendsnel het communicatief en emotioneel bindend vermogen. Ten tweede: Onbewuste vaardigheid, de magische combinatie van talent en ultiem vakmanschap maakt een kunstwerk een blijvende ontdekkingsreis. En ten derde: Uniciteit, de kunstenaar als createur van het unieke beeld door de unieke wereldbeleving uit te drukken in een even unieke representatie. Dat zijn de werken die het oormerk kunst ten volle verdienen. Zo simpel kan kunst zijn.

 

 

Terug

Actualiteiten in onze galerie